12e congres voor Nutri- & Fytotherapie

ATA 12-3
Datum: 
20 maart 2011
Locatie: 
Genval (België)
Sprekers: 
A. Vlietinck, Philippart de Foy, A. Ponassian, C. Busser, G. Laekeman, Van Snick, Werner Faché, Wuyts

Prof. A. Vlietinck, Univ. Antwerpen, leidde als dagvoorzitter dit interessante congres in goede banen.

Dr. JM. Philippart de Foy, Brussel, sprak over aangeboren immuniteit en inflammatie. Hij gaf een zeer overzichtelijke schets van de verdedigingslinies van het lichaam, met de evolutie van acute naar chronische ontsteking, met vaak leaky gut als basis, en de ganse waaier van chronische ontstekingsziekten als gevolg. Hij stelde een gemeenschappelijk plan van aanpak voor op basis van herstel van de darmbarrière- en signalisatiefuncties, met de verschillende nutriënten die hierbij kunnen helpen en hun werkingsmechanismen. Hij benadrukte dat alle niveaus verzorgd moeten worden, vooraleer te denken aan allopatische middelen en eindigde met een klinisch voorbeeld (psoriasis).

Prof. A. Ponassian (Swedisch Herbal Institute) besprak de adaptogenen, met historiek en een overzicht van de klinische studies en toepassingen bij vermoeidheid en depressie, voor mentale performantie en in de geriatrie. Hij benadrukte het verschil tussen natuurlijke adaptogenen en synthetische stimulanten. Concreet besprak hij twee preparaten: Rhodiola rosea-extract (behandeling van milde tot matige depressie) en ADAPT 232, op basis van eleutherococcus, rhodiola en schisandra (stress, mentale preformantie en cognitieve functies, geriatrie), met studies en waarschuwingen voor het verschil in samenstelling en werkzaamheid van verschillende preparaten.

Prof. C. Busser (Univ. Paris XIII) besprak frequente aandoeningen van het gastro-intestinaal systeem, zoals dyspepsie, gastritis, helicobacter, refluxoesofagitis, IBS en inflammatoire darmaandoeningen, en de respectievelijke behandelingsmogelijkheden met fyto-aromatherapie, inbegrepen werkingsmechanismen en synergieën: natuurlijke aperitieve, tonische, carminatieve, cholagoge en choleretische, antispasmodische, anti-infectieuze en anti-inflammatoire ‘remedies’.

Prof. G. Laekeman (KULeuven): 'Een eerlijke analyse van risico’s van geneesmiddelen op basis van planten.' Hij stelde dat inderdaad de risico’s vaak beklemtoond worden, in tegenstelling tot de voordelen. Hij gaf uitleg over farmacopee en veiligheidscriteria, farmacovigilantie, en de betrouwbaarheid van publicaties. Hij beklemtoont dat er veel meer informatie nodig is vanuit de basis (artsen, apothekers) – zowel positief als negatief – om voldoende gegevens te verzamelen over de toxiciteit en veiligheid van planten voor de verschillende leeftijdscategorieën. Bij gebrek aan veiligheidsgegevens kunnen veel fytopreparaten geen ‘veiligheidsstempel’ krijgen.

Dr. Van Snick (Institut Phytothérapie Int. Brussel) stelde een globale aanpak voor van het metabool syndroom, met behandelingsobjectieven en natuurlijke behandelingsmogelijkheden met vitaminen, mineralen en fytotherapeutica.

Dr. WO Faché (Linus Pauling Prevention Clinic, Gent) benadrukte het belang van primaire preventie van coronair vaatlijden en stelde dat de predictieve waarde van het traditioneel risicomodel zwaar tekort schiet. Hij stelde betrouwbaardere parameters voor: Totaal versus HDL-cholesterol, oxy-LDL, LDL-subfracties, Lp(a), coronaire calciumscore op basis van multi-slice-CT-scan, vaatinflammatie, omega-3-index ... Naast de bewezen preventieve waarde van een anti-inflammatoir voedingspatroon, vitamine K, look, omega-3-vetzuren, astaxantine en pycnogenol.

Dr. Wuyts (Belgische vereniging Fyto- en Nutritherapie) besprak de mogelijkheden van nutriënten en kruiden bij de preventie van alzheimer, met een overzicht van de verschillende defecten en pathologische mechanismen. Op zijn onvergelijkbare secure wijze goot hij alle hiervoor interessante nutriënten en fytomolecules in zeer gedetailleerde schema’s, met hun preventieve werking en de onderliggende mechanismen, interacties, neveneffecten en tegenindicaties.