3e ABB-congres 2011
De ABB-artsen en reguliere artsen hebben één belangrijke kenmerk gemeen. Ze willen mensen helpen gezonder te worden en gezond te blijven. Daartoe bewegen zij zich binnen een strikt wetenschappelijk denkkader. De energetische en informatieve biofysische geneeskunde hanteert daarboven concepten die nog niet passen in de fundamentele denkmodellen van de reguliere geneeskunde. Dit hoeft echter geen belemmering te vormen voor samenwerking. Ieder werkt immers vanuit een eigen optiek aan hetzelfde doel: mensen gezonder te houden.
Biofysische geneeskunde
Voor de niet-ingewijdenen onder ons begon Nico Westerman (arts) met een overzicht van de biofysische geneeskunde.
Zoals dat het geval was bij andere sprekers op het ABB-congres, moest vooral het materialistisch wereldbeeld waarin de reguliere geneeskunde van vandaag geworteld is, het ontgelden. Sinds René Descartes besteedt de hoofdmoot van de wetenschap enkel aandacht aan het meetbare. Dat de reguliere geneeskunde niet verder geraakt is dan het moleculaire en celbiochemische niveau, is daar een rechtstreeks gevolg van. Achter de biochemie schuilt nog een andere organisatieniveau: het elektromagnetische niveau waarop de biofysische geneeskunde gestoeld is.
Het elektromagnetisme vormt het medium voor een apart regulatieniveau in het lichaam. Een ziekte is niet alleen gekenmerkt door ontspoorde moleculaire processen, maar ook door veranderingen in frequentiepatronen. Meer nog, elektromagnetische processen sturen de moleculaire processen.
De biofysische geneeskunde gaat deze storingen detecteren en herstellen door de frequentiespectra te harmoniseren.
Dr. Westerman verantwoordt het bestaan van biofysische geneeskunde aan de hand van drie argumentaties: de aard van de materie, elektroacupunctuur en wetenschappelijk onderzoek.
Aard van de materie
De geschiedenis van de zoektocht naar de aard van de materie begint doorgaans bij de oud-Griekse filosoof Democritus van Abdera (4e eeuw v. Chr.), die - via filosofische redeneringen - de atomos postuleerde als kleinste, ondeelbare deeltjes. Het beeld van zo'n deeltje doet sterk denken aan een materialistisch wereldbeeld: massief, ondoordringbaar, onsplijtbaar. Veel later kwamen er atoommodellen van John Dalton en Ernest Rutherford, die het atoommodel verfijnden. De protonen, neutronen en elektronen werden ontdekt, maar nog steeds als massieve bolletjes voorgesteld.
Al gauw werd het begrip materie op atomaire niveau uitgehold. Het atoom bleek hoofdzakelijk uit ijle ruimte te bestaan: als je de atoomkern zou vergroten tot een zoutkorrel, dan heb je een koepel ter grootte van die van de Sint-Pieterskerk van het Vaticaan nodig om de ingenomen ruimte van de elektronen te beschrijven!
Het kleinste 'ondeelbare' deeltje had men nog niet. Protonen en neutronen bleken halverwege de 20e eeuw te bestaan uit nog kleinere deeltjes, quarks, zodat de discussie over de bouwstenen van de 'materie' nog altijd niet afgerond is. Die quarks en elektronen laten zich wel beschrijven als puntmassa's, maar ruimte innemen doen ze schijnbaar niet.
Ondertussen was wel duidelijk dat atomen vooral uit energie bestaan, dezelfde energie die zich manifesteert bij bv. de ontploffing van een atoombom. 99,9999 % van een atoom is energie, de restfractie is massa. En zelfs voor die restfractie van 0,0001 % is de term materie een te groot woord. Mogelijk zorgt het Higgs-deeltje voor 'materie'-eigenschappen; het Zwitserse CERN-project moet daar uitsluitsel over geven. Volgens bepaalde theorieën bestaat materie uit 'afgeremd' of 'gecondenseerd' licht dat door een kosmische ingreep tot stof is geworden.
Nico Westerman eindigt dit onderdeel met het begrip nulpuntsenergie. Ook al verlaag je de temperatuur naar nul - zoals op sommige plekken in het heelal -, dan is er nog energie aanwezig. We denken dat lege ruimte 'niets' is, maar blijkbaar is er toch 'iets' aanwezig ...
Fotonen
'Licht bent u, en tot licht zult u wederkeren.' Als materie - en mogelijk zelfs lege ruimte - zich laten vertalen als elektromagnetisme, dan is alles werkelijk licht. Maar wat is licht eigenlijk?
Licht, radiogolven, röntgenstraling enzovoort bestaan allen uit elektromagnetische (EM) straling. EM-straling laat zich beschrijven als golven, of soms als deeltjes - afhankelijk van de experimentele opzet - die aan een snelheid van 300.000 km/s doorheen de ruimte razen. Omwille van het golfkaraker heeft EM een golflengte (kun je omrekenen naar frequentie): radiogolven hebben een lange golflengte (lage frequentie), röntgenstralingen een korte golflengte (hoge frequentie). Zichtbaar licht zit daar ergens tussenin.
EM-straling gebruiken we in het dagelijkse leven om licht en warmte op te wekken, en om informatie over te dragen (radio, tv, gsm ...). Biofysische geneeskunde verdiept zich echter in de therapeutische waarde van biologische elektromagnetisme.
Acupunctuur
Acupunctuur is domein waar de biofyische geneeskunde een deel van haar mosterd gehaald heeft. Meridianen blijken overeen te komen met punten op de huid die een sterk verminderde weerstand hebben, zoals gemeten wordt door de elektroacupunctuur.
Dr. Reinhold Voll borduurde zijn onderzoek hierop verder. Hij vond dat ontstekingen de weerstand in de huid verlaagden en ontwikkelde het concept van 'Zeigerabfall' waarbij onstabiele meetwaarden genoteerd worden. Hiermee illustreerde hij voor het eerst de diagnostische waarde van de meting van elektrische weerstand op de huid.
De medicamententest laat zelfs toe om medicamenten uit te meten op maat van de patiënt. Aangezien er geen fysisch contact is tussen medicament (dat in een aparte houder zit) en patiënt (die de handelektrode vasthoudt), moet de informatieoverdracht wel gebeuren via EM. Dr. Franz Morell, grondlegger van de bioresonantietherapie, ontwikkelde later een draadloze variant van de medicamententest.
Wetenschappelijk onderzoek: resonantie en biofotonen
Resonantie vormt overigens de basis van 'ons vak', zo stelt dr. Westerman toen hij bij de biologische elektromagnetische informatieoverdrachten aanbelandde. Resonantie betekent: overeenkomstig in frequentie. Bij een ziekte ontstaan er pathologische EM-trillingen die onregelmatig, vervormd en uit fase zijn. Dat is niet alleen nuttig bij de diagnose, maar ook bij de behandeling. Ook van medicamenten kun je frequenties meten, zodat je behandeling en ziekte op elkaar kunt afstemmen.
Verdere onderzoek in de biofysische geneeskunde komt van F. A. Popp. Met zijn fotomultiplicator slaagde hij erin de zwakke emissie van licht door het lichaam te meten. Sindsdien zijn tienduizenden publicaties over lichtemissie door cellen verschenen. Alle cellen stralen licht uit die vele malen (106) zwakker is als gewoon daglicht. Alle lichtfrequenties worden hierbij geregistreerd. Bij celdood zie je dan een explosieve afgifte; ook celgroei en -metabolisme zie je veranderingen in het frequentiepatroon. DNA is waarschijnlijk de meest actieve bron van (bio)fotonen. Deze biofotonen sturen de biologische processen in de cel aan (cel-celcommunicatie, regulatie metabolisme ...) aan een snelheid van 300.000 km/s! Het cytoskelet wordt zelfs geconcipieerd als een intracellulair glasvezelsysteem!
Opvallend is dat het licht dat het lichaam uitstraalt, coherent is (synchroon), net zoals bij laserlicht. Bij ziekte neemt de coherentie af, het licht wordt als het ware chaotisch. Door een patiënt in een donkere kamer te zetten en met behulp van gevoelige CCD-sensoren kun je een beeldvorming bekomen.
Om even terug te komen op de acupunctuur: de meridianen uit de acupunctuur kun je nu beschouwen als informatiekanalen waarlangs de elektromagnetische transmissie gebeurt.
Systeemdenken
Dr. Westerman sloot zijn overzicht af met het systeemdenken. Ziekte is een disfunctie van het hele systeem, en niet van één orgaan. Zowel de oud-Chinese artsen als Hippocrates waren systeemdenkers. Geneeskunde moet bovenal beroep doen op het zelforganiserende vermogenvan dat systeem. Daar schiet de huidige geneeskunde schromelijk tekort: die herleidt een ziekte tot een disfunctie van een lichaamsonderdeel (orgaan) en koppelt daaraan een medicament vast. De ervaring leert ons dat dit geen duurzame oplossing. Een integrale kijk geeft wel duurzaam beterschap.
Biofysische geneeskunde en celsymbiosetherapie
Dr. Wilfried van Praag (Alexanderinstituut) legde de aanwezigen van het derde ABB-congres 2011 de principes van de celsymbiosetherapie voor. Een cel is ooit - enkele miljarden jaren geleden - ontstaan uit een samensmelting van twee primitieve bacterieachtige cellen. Ook onze lichaamscellen zijn nog steeds het resultaat van die samensmelting. Hoe kun je die twee organismen in elke cel beter op elkaar afstemmen?
Die twee organismen staan model voor twee soorten van celfuncties - die aldus op elkaar afgestemd moeten worden:
(1) productie van energie en transport van informatie;
(2) celdeling.
Het eerste organisme gaf ontstaan aan het mitochondrium die voor de productie van ATP instaat. In een cel zitten 1000 à 8000 mitochondriën; de werking van dit geheel is dus best wel belangrijk.
Het tweede organisme bevat de celkern met het DNA vanwaaruit de informatie gehaald wordt voor de celdeling.
De reguliere wetenschappen zijn te sterk reductionistisch, waardoor ze met enkele paradoxen blijven zitten:
- Het DNA bevat de genen of de informatie die erfelijke eigenschappen doorgeven naar volgende generaties. Sommige planten bezitten liefst 120.000 genen, terwijl de mens er 'amper' 24.000 bezit. Zelfs een rat heeft met meer genen (25.000) dan de mens.
- Massa is een ijl begrip: een atoom bestaat vooral uit lege ruimte (zie lezing dr. Westerman).
Een deel van de antwoorden hierop moeten we zoeken in de informatie- en energieuitwisselingen in de cel, meer bepaald vanuit de celkern (DNA) en de mitochondriën.
Evolutie door symbiose
Waar ligt de oorsprong van alles? Darwin gaf ons een deel van de oplossing. Hij stelde dat we van andere dieren afstammen en dat die dieren van andere dieren afstammen. Als je die denkpiste verder volgt, dan kom je terug bij de oerbacteriën.
De evolutie kun je ook beschrijven als een toenemende ontwikkeling naar samenleving, oftewel symbiose. Symbiogenese is dan een welgekomen aanvulling op het Darwinisme. Complexere levensvormen ontstaan uit symbiose van eenvoudige levensvormen. Zij doen dit om hun overlevingskansen te verhogen, dus darwinistisch gezien is hier niets verkeerd aan.
Alle energie op aarde komt van de zon. Planten zetten deze energie om naar koolhydraten, waaruit andere organismen hun energie putten. Geen leven op aarde zonder zon. Geen zuurstof op aarde zonder fotosynthese.
Het belangrijkste samenwerkingsverband werd twee miljard geleden gesloten, toen er van meercellige organismen amper sprake was. Een eencellige dat zonder zuurstof kon leven, begon samen te werken met eencelligen die met zuurstof heel goed overweg konden. Het eerste organisme (een archaebacterie) bezat vermoedelijk een innovatieve techniek om erfelijke informatie te beheren (celkern). De tweede was onovertrefbaar op vlak van energieproductie.
Later is hieruit de 'moderne' cel ontstaan, met een celkern en met talloze mitochondriën. Uit deze moderne cel zijn alle meercellige organismen ontsproten: planten, dieren, schimmels en algen.
ATP-pompen
De mitochondriën vormen vandaag een belangrijke speerpunt in elke lichaamscel. Zij zorgen immers voor ATP-aanmaak. ATP-synthese gebeurt door kleine pompjes in de membraan van mitochondriën. Deze pompen worden aangedreven door een keten van proteïnen die ook in de membraan van de mitochondriën zitten: zij vormen samen de ademhalingsketen.
Zuurstof en geïnformeerde elektronen uit plantenstoffen zorgen voor activatie van het ademhalingssysteem en productie van lichtkwanten-gemoduleerde informatie. De mitochondriën drijven via gebruik van zuurstof en elektronen uit suikers (van planten) tal van processen aan:
- Immuunsysteem
- Celontgifting
|
Celsymbiosetherapie concreet
De vier stappen van de celsymbiosetherapie zijn eliminatie, transformatie, harmonisatie en optimalisatie van storende factoren:
|
Quantum integrative medicine
Met Amit Goswami (Ph.D.) haalden de organisatoren van het ABB-congres een grote naam binnen. Als theoretisch kwantum fysicus ontwikkelde hij een filosofie die zowel materie als bewustzijn een speciale plaats geeft.
What is healing? Bij acupunctuur is er nog contact met een scherpe naald, maar het gaat om subtiele veranderingen. Bij mind-body healing is er helemaal geen contact meer nodig en toch is er sprake van genezing. Als het niet-materiële het materiële kan beïnvloeden, hoe verhouden die twee niveaus dan zich tot elkaar?
Gezondheid betekent niet alleen dat de organen naar behoren werken (materiële), maar ook dat al onze andere 'subtiele lichamen' (niet-materiële) goed functioneren. De reguliere geneeskunde is echter uitsluitend materialistisch gestoeld. Ondertussen doen TCM, mind-bodygeneeskunde, homeopathie, ayurveda e.a. hun opgang. Deze geneeswijzen erkennen ook een ander niveau dan het materiële, waarnaar termen zoals chi, prana en vitale energie verwijzen.
Voor de reguliere geneeskunde houdt een dergelijk dualistisch onderscheid tussen lichaam en bewustzijn geen steek: immers hoe kunnen niet-materiële entiteiten interageren met het materiële lichaam zonder de bemiddeling van energiehoudende signalen? Volgens de wet van behoud van energie is dat immers niet mogelijk.
Een ander paradigma waaraan de reguliere geneeskunde blijft vastklampen, is het genetisch determinisme en het behavioral determinisme. Genen bepalen ziekte; hersenen bepalen ons gedrag.
Goswami laat het dualistisch probleem zijn voor wat het is: het bewustzijn is inderdaad van een andere orde dan het materiële. Zijn vraag is: hoe omzeil je het dualisme zodat er toch verbinding mogelijk is tussen de twee niveaus? Met welke wetenschappelijke principes kun je poneren dat bewustzijnsniveau het materiële niveau beïnvloedt zonder strijdig te zijn met genetica, evolutie en neurologie?
Opwaartse causatie
De huidige wetenschappen focussen zich op fenomenen die gebonden zijn aan het 'localiteitsprincipe'. Een molecule a reist doorheen de ruimte naar molecule b aan een snelheid c. Ook fotonen zijn beschrijfbaar in termen van ruimte en tijd. Daardoor houden (nagenoeg) alle wetenschappers vast aan het upward causation model (opwaartse oorzaak-gevolg). Opwaarts betekent dat fenomenen die zich bv. afspelen op het niveau der moleculen de fenomenen verklaren van het bovenliggende niveau (cellen). De hele oorzaak-gevolgketen ziet er als volgt uit:
Elementaire deeltjes --> atomen --> moleculen --> cellen --> hersenen --> bewustzijn
Upward causation is hetzelfde als reductionisme waarbij een niveau verklaard wordt (of herleid wordt) in termen van een lagere niveau.
Collapse van het golfkarakter
De basis van de theorie van Amit Goswami is de kwantummechanica, die de werkelijkheid met waarschijnlijkheidsgolven beschrijft. We leven in een veld van mogelijkheden: discontinu en niet-gelokaliseerd (non-locality). Pas wanneer we een waarneming doen, dan vervalt die golf (collapse) en zien we (waarneming) dat iets gelokaliseerd is. Dat 'iets' gaat dan over elementaire deeltjes zoals elektronen die door de kwantummechanica beschreven worden.
Kwantummechanica neemt ook waar dat deeltjes met elkaar communiceren, maar dat deze communicatie momentaan gebeurt. Elementaire deeltjes lijken zich dus in een veld te bevinden waar ruimte en tijd loze begrippen zijn. Deze non-locality moet ook in het werkelijke leven bestaan: alle objecten zijn verbonden met elkaar (interconnectivity) via een communicatie die simultaan optreedt.
Dit is wat algemeen aanvaard wordt in de kwantummechanica. Goswami's theorie probeert deze begrippen toe te passen ... .
Non-locality in de hersenen
Goswami haalt een experiment aan die aantoont dat de hersenactiviteit van twee personen gecorreleerd kunnen zijn. Twee personen die intentioneel gemediteerd hadden, werden onderworpen aan EEG-tests die de elektrische activiteit in de hersenen maten. Als aan de ene persoon (de zender) een visuele stimulus gegeven werd, dan namen de onderzoekers een evoked potential waar op diens EEG-grafiek.
Bij de tweede persoon (in een andere ruimte) maten de onderzoekers simultaan een transferred potential, die gelijkend was en die niet het gevolg kon zijn van een visuele stimulus. Door deze tests honderden keren te herhalen, toonden de onderzoekers aan dat de evoked potentials en de transferred potentials significant op elkaar leken.
Consciousness does matters
De kwantummechanische wereldvisie van Goswami tracht het materiële en het bewustzijnsniveau te verenigen, zodat causaal determinisme geldig blijft, maar zodat er tegelijk een opening is voor bewustzijnsbeïnvloeding van de materiële wereld. Dat laatste verklaart immers mind-bodygeneeskunde.
De werkelijkheid in haar essentie bestaat uit bewustzijn. Goswami stelt zelfs dat alle ik's deel uitmaken van één groot 'bewustzijnsego'. De concrete 'ik' (mijn bewustzijn) ontstaat dan door collapse van het 'bewustzijnsego'. Ook materie is het gevolg van een collapse in een continu, non-local veld van mogelijkheden. De collapse zorgt dat mogelijkheden het aanschijn van materie krijgen.
Vier categorieën
Tijdens een collapse vervalt het veld der mogelijkheden (het grote bewustzijnsego) naar vier categorieën: het materiële, het vitale, het geestelijke en het supramentale.
Deze vier categorieën doen sterk denken aan de typologie van Carl Jung: het zintuiglijke, het emotionele, het rationele en de intuïtie.
Goswami maakt een vergelijking met een pc. Het ding kun je op hardwareniveau beschrijven: halfgeleiders, elektron-elektroninteracties enzovoort. Op softwareniveau praat je in termen van programma's die andere programma's aansturen. Programmeurs hoeven over hardware niets te weten om hun software te schrijven.
Naast Carl Jung zijn er nog andere denkers die een gelijkaardig denkspoor hebben gevolgd. Denk maar aan de morfogenetische velden van Rupert Sheldrake en de chakra's uit het Hindoeïsme.
Collapse gebeurt samen met andere categorieën.
Downward causation: from heaven to earth
Nee, het bewustzijn is niet het gevolg van het materiële, zoals de wetenschappen van vandaag pretenderen. Eerder is het omgekeerde waar:
- De supramentale categorie omvat alle doelgerichte wetmatigheden die we na collapse ervaren als intuïtie.
- De mentale categorie omvat alle betekenissen die we na collapse ervaren als denken.
- De vitale categorie bestaat uit de blauwdrukken die biologische functies vormgeven. Na collapse ervaren we dit als (emotioneel) voelen.
- De vormgeving zelf manifesteert zich volgens de materiële categorie, die we na collapse ervaren als zintuiglijk voelen.
Betekenissen worden dus niet opgedrongen door de materiële omgeving, integendeel: wij geven betekenis aan de wereld rondom ons. De werkelijkheid is een creatie van het bewustzijn!
Deze categorieën vervallen niet onafhankelijk van elkaar, maar wel simultaan. Vandaar dat alles wat we zien (zintuiglijke waarneming) overeenkomt met betekenis (mentale). We zien het object niet alleen als een object, maar ook als een object dat door een bewustzijn (subject) waargenomen wordt. En een bewustzijn dat onderscheid kan maken tussen object en het eigen subject die dat object waarneemt, heet simpelweg ... zelfbewustzijn.
Quantum physics and some aspects relevant to health
Claude Bärtels' specialiteit is onderzoek naar kwaliteit van water en invloed van elektromagnetische velden op het menselijke organisme. Een typische onderzoeksvraag voor hem is hoe dat een stof en een enzymen in een cel met elkaar in contact gebracht worden tijdens een enzymatische reactie.
Magnetisme
Magnetisme is al duizenden jaren gekend. Cleopatra gebruikte een magneet in haar hoofdband tegen haar migraine. In de 18e en 19e eeuw komen de eerste theorieën over magnetisme (Faraday, Oerstedt). De wiskunde van Newton (differentiaalvergelijkingen) slaagde erin om de beweging van planeten te beschrijven, en kwam tot een mechanica die het lichaam in termen van machines beschreef. Maar deze formules bleken niet gelden op subatomair niveau. De kwantummechanica deed haar introductie en nieuwe atoommodellen (vooral lege ruimte) deden hun opgang. Niet materie, maar energie (en licht) vormen de bouwstenen van de werkelijkheid.
Fotonen en elektronen
Er zijn specifieke patronen van energetische interacties die normaal (gezond) zijn. Ziekte treedt op wanneer deze patronen verstoord worden.
Het leven verloopt via elektron- en fotoninteracties. Een elektron beweegt zich in een baan rond een atoomkern (al is dat nog te mechanisch uitgedrukt). Wanneer een elektron een foton capteert, dan kan het in een hogere baan gaan bewegen. Omgekeerd: een elektron kan terug naar een lagere baan vallen en een foton uitstralen.
Planten produceren glucose door energie uit zonlicht te halen. In feite is een glucosemolecule (C6H12O6) het gevolg van 16 geactiveerde elektronen, waaruit uiteindelijk 16 moleculen ATP ontstaan na verbranding in ons lichaam.
Gekristalleerde vitaminen
Natuurlijk vitamine C heeft iets opmerkelijks: elektronen bevinden zich in een hogere energietoestand. In kristalvorm geeft dit een totaal ander uitzicht dan synthetisch vitamine C. Zo ook bij vitamine E-kristallen, waarvan de natuurlijke vorm meer licht reflecteert en vitamine B12.
Geneesmiddelenfabrikanten weten niet hoe ze energie in elektronen kunnen 'stoppen'. Synthetisch dus nooit dezelfde werking.
Mitotische straling
Het bekende experiment van Alexander Gurwitsch vond het fenomeen van mitotische straling. Wortels die dichter bij wortels van een andere ajuin bevonden, bleken zich sneller te groeien.
IEts in de cellen ontvangen mitotische stralingen en de informatie die in die straling gedragen wordet (zoals een radiotransistor informatie uit radiostraling haalt).
Een ander experiment van Kasnatschejew onderzocht effect van een virusgeïnfecteerde celcultuur op een andere celcultuur, beide van elkaar gescheiden door kristalglas. Na een tijd begonnen zich de veranderingen door de virusinfectie zich ook te manifesteren in de nabijgelegen celcultuur (niet geïnfecteerd door virus).
Zo zou dit een antwoord kunnen zijn voor het fenomeen van celdifferentiatie. Een bevruchte eicel moet zich immers delen naar miljarden cellen. Hoe weet een cel wanneer het zich moet omvormen naar een nieuw weefsel?
Een ander voorbeeldje. Het cyclisch guanosinemonofosfaat, belangrijk voor signaaltransductie in een cel (als bv. tussenschakel tussen hormoon en genactivatie), wordt geactiveerd door elektromagnetische vibratie (via het lichtgevoelige rhod-molecule). Daarom dat wij kunnen zien.
Andere experimenten tonen dat NADHP-oscillatie een hoge amplitude krijgen wanneer ze blootgesteld worden aan een ultralaagfrequentieveld-pulsen, bijvoorbeeld zoals het elektrisch veld dat interferon-g creëert. Afhankelijk van de periode van veldpulsen ontstaat er meer of minder oxidatieve stress.
www.samen-genezen.nl
