8e Zeeuwse dag
De Zeeuwse dag werd voor de achtste maal gehouden op 18 september in Bergen op Zoom en had depressie als centrale thema; in het bijzonder het verband tussen depressie en de darmen werd behandeld.
De link tussen darm en psyche
Drs. Ralf Abels begon met een analyse van het complexe syndroom 'depressie'. Maag-darmziekten, hormonale stoornissen, (psycho)motorische ziekten, neurodegeneratieve ziekten, virale en bacteriële infecties, en stress zijn factoren die de psyche beïnvloeden. Het zijn ook allen factoren waarin het darmgebeuren een grote rol speelt.
Serotonine is een van de stoffen die een brug tussen darmen en psyche vormen. De darmen produceren serotonine voor eigen doeleinden. Het aminozuur tryptofaan is de enige grondstof voor de productie van serotonine en dat halen we uit de voeding.
Een tweede link draait rond dopamine en noradrenaline; samen met serotonine zijn het belangrijke neurotransmitters die voor een goed humeur, een scherpe concentratie en voldoende zelfvertrouwen moeten zorgen. De grondstof hiervoor is een ander aminozuur, tyrosine.
De moeilijkste knoop die Ralf Abels tijdens zijn uiteenzetting diende te ontwarren, was de relatie tussen het tryptofaan uit de voeding en het serotonine. Tryptofaansuppletie is blijkbaar niet altijd aangewezen, bijvoorbeeld indien er ontstekingen in het lichaam heersen: dan wordt tryptofaan opgesoupeerd door de ontstekingsreacties. Eerst moet je de ontstekingsreacties verhelpen, pas dan kun je het tryptofaan benutten voor de productie van serotonine.
De darmen zijn de uitgelezen plek om ontstekingsreacties aan te pakken en, bovendien, maken deze deel uit van vele psychische stoornissen ('neuro-inflammaties').
Vervolgens zette Ralf Abels zijn behandeling uiteen, dat begint bij een goede diagnostiek en dat dan achtereenvolgens het metabolisme verbetert, het limbische systeem reguleert, de ontstekingen remt, de stressoren elimineert, de darmflora optimaliseert en het daarmee geassocieerde immuunsysteem revitaliseert.
Detoxstrategieën in het kader van depressies
"Suikers zijn gezond", zo leek Drs. Geiske de Ruig te beweren. Weliswaar had ze het niet over glucose of fructose (of sucrose), maar over de andere (essentiële) suikers die we te weinig in onze voeding aantreffen.
Geiske de Ruig introduceerde ons in de wereld van de glycobiologie, of de glyconomics als je nog een moeilijker woord wenst. Suikers duiden een chemische groep van verbindingen aan, waarvan glucose en fructose toevallig de twee meest voorkomende in onze voeding zijn. Net zoals aminozuren de bouwstoffen zijn van proteïnen en peptiden, zijn suikers de bouwstoffen van waaiervormige moleculen die typisch in buiten de cel aan proteïnen hangen. De verschillende bloedgroepen, de talloze manieren waarop cellen met elkaar communiceren, de eliminatie van vreemde organismen, de bevruchting van een eicel door een zaadcel: dat gebeurt allemaal door die complexe suikerverbindingen.
De voedingsbiochemie erkent acht essentiële suikers: glucose, galactose, mannose, xylose, fucose, N-acetylglucosamine, N-acetylgalactosamine en N-acetylneuraminezuur. Glucose is te goed gekend om er veel woorden aan vuil te maken; galactose zit onder andere in melksuiker. De voedingsbronnen van de andere suikers liggen minder voor de hand: zeewieren, algen en paddenstoelen kwamen regelmatig terug als voedingsbronnen van essentiële suikers. Uit aloë vera haal je mannose en xylose.
De rol van de darmen is duidelijk. De darmflora moet in staat zijn om de complexe koolhydraten te splitsen en de essentiële suikers die daaruit ontstaan op te nemen.
Het klinische onderzoek van essentiële suikers, onder andere voor depressie, is nog pril. Australische artsen zagen een verbetering van geheugen en stemming dankzij glyconutriënten. Geiske de Ruig is alvast optimistisch en ziet toepassingen voor reuma, diabetisch, multiple sclerose en kanker.
Neurobiologie van de depressie (en angst). Depressies herkennen
Volgens dr. Pieter Lanoye moeten we de pijlers van een normale hersenfunctie zoeken bij vier neurotransmitters: dopamine, acetylcholine, GABA en serotonine. Het optimale hersenfunctioneren hangt af van het evenwicht van die vier neurotransmitters. Hoe je dat evenwicht moet vinden, dat is een paar ander mouwen.
Ieder van ons heeft namelijk een dominante neurotransmitter. Rationele persoonlijkheden hebben dopamine als dominante neurotransmitter; bij de taalvaardige is dat acetylcholine; GABA bij de dromer en serotonine bij de beeldende. Als onderdeel van de behandeling dien je de dominante neurotransmitter van de patiënt te achterhalen. Dit doe je via de vragenlijst van dr. Braverman, die dr. Lanoye aan het publiek toelichte.
De neurotransmitters zijn gebaat met een gezonde voeding. Dopamine wordt gemaakt uit tyrosine; lecithine ondersteunt de aanmaak van acetylcholine; voor GABA zijn we afhankelijk van vitamine B6 (vitamine B6 zet glutaminezuur om naar GABA) en tryptofaan verbeteren we door bijvoorbeeld rauwe melk te drinken en havermout te eten.
Dr. Lanoye haalde nog het belang aan van neuro-inflammaties en de stressrepons aan. Naast ondersteuning van de dominante neurotransmitter raadt hij aan om de mitochondriële werking te ondersteunen met cofactoren (mineralen, alfaliponzuur), de neuro-inflammaties te onderdrukken met o.a. methyldonoren (SAMe) en het lichaam te draineren opdat voldoende stikstof voortdurend uit de hersenen geëlimineerd zou worden.
De depressieve patiënt, en nu...?
Dr. Hans van Montfort liet tijdens zijn lezing een stukje documentaire zien over een lobotomie-techniek. De techniek zelf was onthutsend gruwel: doorheen de oogkas (doch doorheen de schedel) werd een metalen pin geklopt om onder de hersenpan een of andere hersenverbinding te doorbreken. In het begin waren de indicaties voor deze behandeling zeer streng, je moest al zeer zwaar depressief zijn. Jammer genoeg zorgde ene dr. Walter Freeman dat de behandeling 'gepopulariseerd' werd naar minder ernstige ziekten, waaronder het wangedrag van kinderen!
Dr. Hans van Montfort wou met deze video illustreren hoe dat de behandeling van depressie al te zeer gericht is geweest op het fysische, juist omdat het psychische van een patiënt zo ontoegankelijk is. Niettemin richt het behandelingsplan van Hans van Montfort op het lichamelijke, gelukkig niet zo drastisch als de ingreep van Freeman...
De psyche van een patiënt leren kennen, is nodig om een (beginnende) depressie te ontmaskeren. Soms merk je het pas acheraf, zoals van Montfort het ervaarde met een patiënt die hij met o.a. vitamine B12 en probiotica had behandeld. De man voelde zich beter en dacht er (eindelijk eens) over om toch eens met zijn vrouw te praten over wat er met hem scheelt.
Een andere patiënt leek dement te worden, maar knapte op nadat hij door de omgeving uit zijn isolement werd gehaald. Of hoe dementie op een depressie kan lijken.
In een andere gevalstudie beschrijft van Montfort hoe hij een patiënt die al sinds zijn jeugdjaren aan angststoornissen leed, na vijf dagen klachtenvrij maakte, gewoon door hem een gluten-, koemelk- en gistvrij dieet te zetten. Een leaky gut lzit daar zeker voor iets tussen, maar bij sommige patiënten wordt dat nog verergerd door een (genetisch) COMT-polymorfisme, waardoor ze gluten en melkeiwitten onvoldoende verteerd krijgen.
Sommige patiënten verdragen geen histamine (bv. wegens genetisch tekort) en worden geholpen door hen op een histaminevrij dieet te zetten. Van Monfort besteedde veel aandacht aan het vermijden van histamine in je dieet, zoals (bedorven) vis, oude kazen en rode wijn.
Het hormoonsysteem is een ander doelwit, en dan moet je denken aan een trage schildklierwerking of een jodiumtekort. De beste diagnose voor een trage schildklierwerking is een 24-uursanalyse van FT3 en FT4 in de urine, aldus dr. van Montfort. De stressrespons verloopt ook hormonaal en kan leiden tot diverse verouderingssyndromen (obesitas, immuunzwakte, hoge bloeddruk...).
Tot slot haalde hij vitamine D erbij, een vitamine dat ook sterk gelinkt is met depressie en waarvan verschrikkelijk veel tekorten bestaan bij de bevolking.
